Het regent en het is november,
Weer keert het najaar en belaagt,
Het hart, dat steeds gewender
Zijn heimelijke pijnen draagt.
En in de kamer, waar gelaten
Het daaglijks leven wordt verricht,
Schijnt uit troosteloze straten
Een ongekleurd namiddaglicht.
De jaren gaan zoals zij gingen
Er is allengs geen onderscheid
Meer tussen dove erinneringen
En wat geleefd word en verbeid
Verloren zijn de prille wegen
Om te ontkomen aan den tijd,
Altijd november, altijd regen
Altijd dit lege hart, altijd.
J.C. Bloem (1887 - 1966)
“November”
Uit: Media Vita (1931)